De-Chinese-overheid-sloopt-het-huis-van-Oeigoerse-vanwege-het-onderwijzen-van-Koranlessen

Chinese overheid sloopt huis van Oeigoerse vanwege Koranlessen

Volgens lokale ambtenaren en bewoners hebben autoriteiten in het noordwesten van China’s onrustige regio Xinjiang het huis van een etnische familie Oeigoerse moslims, die als een ondergrondse school voor Koran lessen had gediend, gesloopt.

Op 24 maart lieten ambtenaren van de stad Qarasay in Hotan (Tian) prefectuur van het kleine stadje Qaraqash (in het Chinees, Moyu) zo’n 500 lokale dorpelingen toekijken hoe arbeiders het huis sloopten van de heer Mettursun Qasim om als ​​voorbeeld te dienen vooor degenen die religieuze studies onderwijzen.

De chef van het Qaradong dorp te Qarasay zei getuige te zijn geweest samen met zijn lokale imams van de sloop van het huis van Qasim in de wijk Ayaghmele van het Aral dorp.

“We waren getuige van de sloop en nu lichten we onze dorpsbewoners toe over wat er gebeurd is met het huis van Mettursun Qasim, die geschiedde op bevel van de overheid” vertelde Turdi aan de Oeigoerse Radio Free Asia (RFA).

Hij zei dat het huis van Qasim bestond uit drie slaapkamers en een keuken, evenals een kleine tuin, en dat een van de slaapkamers had gediend als een klaslokaal voor het onderwijzen van de Koran.

“Het hele huis werd verpletterd door een graafmachine en een bulldozer,” zei hij.

“De autoriteiten gaven ons geen toestemming om foto’s te nemen, maar beveelden ons om de waarschuwing op grote schaal te verspreiden over de gevolgen van het ondergronds onderwijzen van Koran aan de dorpelingen.”

Een inwoner van het Aral dorp, die de RFA toesprak op voorwaarde van anonimiteit, zei dat de bewoners alleen toegestaan waren om een ​​zak tarwe, vier zakken meel en enkele bedden uit het huis te verwijderen voordat de autoriteiten overgingen tot de sloop.

“De rest van hun bezittingen, met inbegrip van hun kookgerei en gordijnen, belandde begraven onder de muren en het dak,” zei hij.

“De ambtenaren kondigden herhaaldelijk terwijl het huis werd neergehaald, “Dit zijn de gevolgen van het negeren van de overheidsbevelen en het ondersteunen van illegale activiteiten,” zodat de mensen bang waren voor het onthullen van hun medelijden aan Mettursun Qasim.”

Qasim, een 27-jarige boer, en zijn 25-jarige vrouw, waren een maand eerder aangehouden voor het toestaan ​​van Koran studies in hun huis, terwijl hun drie kinderen – waarvan er twee op een school zaten, die niet is verbonden aan de overheid – werden verplaatst om in de buurt te wonen bij hun grootouders.

Officieren die de telefoon beantwoordden aan de Qarasay politiebureau ontkenden niet dat de sloop had plaatsgevonden, maar weigerden details af te geven over het incident of vragen te beantwoorden over de detentie van Qasim en zijn vrouw.

De studenten

Volgens Turdi had de school negen leerlingen en studenten van 7 tot 22 jaar oud.

De politie ontdekte de school ongeveer twee weken na de start van de onderwijzing medio februari, en veroordeelde op 21 maart vier studenten tussen de 17 en 22 jaar oud op een openbare rechtszitting in Qarasay voor het “in gevaar brengen van de staatsveiligheid”.

De vier studenten behoorden tot de 25 personen – met inbegrip van Qasim, zijn vrouw, en de schoolinstructeur, de 25-jarige Eli Weli – die veroordeeld zijn voor het onderwijzen van Islamitische studies, het sturen van hun kinderen naar de Islamitische school, en het bijwonen van de lessen.

Volgens bronnen van de RFA hielden de leden van China’s regerende Communistische Partij, commissie voor Qaraqash en regeringsfunctionarissen van de openbare veiligheid, tijdens de twee uur durende zitting, toespraken aan de 15.000 mensen, die de zitting bijwoonden, over de gevolgen van het aanbieden van illegale religieuze studies.

De veiligheidschef van het Qoshterek drop, Metturdi Nur, vertelde de RFA dat een uitspraak omtrent het proces nog volgt. De veiligheidschef trok ook vraagtekens over de hardhandige reactie van de autoriteiten omtrent de situatie, hoewel hij erkende dat de reactie onderdeel was van de “strike hard” campagne in Xinjiang, die gericht is op het bestrijden van separatisme, religieus extremisme en terrorisme.

“De studenten waren volgens de veiligheidschef vroegtijdig ingelicht over de toestemming om slechts de Koran te lezen, te memoriseren en het leren van de basisregels van het geed, voordat ze overstappen naar andere vormen van onderzoek, is gebleken”, zegt Nur. “Het was niet duidelijk wat het uiteindelijke doel van de leraar en zijn aanhangers was, maar de lessen begonnen in een tijd dat duidt op een slechte intentie, dat op zijn minst de weerstand aangeeft tegen het beleid” zei hij. “Dat is de reden waarom de overheid de onderwijzing zo serieus afstrafte.”

Enkele ondervraagden

Een dorpeling van het dorp Aral, die geanonimiseerd toesprak tot de RFA, zei dat hij niet geloofde dat de Koran-instructeur of een van de ouders van de leerlingen politieke motieven hadden in het opzetten van de school.

“Eli Weli en Mettursun Qasim zijn beide huisvaders met stille persoonlijkheden – ik ken ze al sinds ze kinderen waren,” zei hij, eraan toevoegend dat de leraar als gunst had ingestemd om Qasim zijn zonen te onderwijzen, en andere studenten niet te weigeren die hem benaderden.

“Hun acties passen gewoon bij de behoefte van de autoriteiten, die op zoek zijn naar situaties om als voorbeeld te dienen tijdens de ‘strike hard’ campagne.”

De Turkssprekende Oeigoerse minderheid, die het doelwit is van de campagnes, hebben geklaagd over etnische discriminatie, religieuze onderdrukking en culturele onderdrukking door de Chinese autoriteiten.

In oktober vorig jaar scherpte de overheid de regels aan door iedereen onder de 18 jaar te verbieden om een religie aan te houden en gezinnen hoge boetes te verstrekken, waarvan de kinderen de Koran bestuderen of vasten tijdens de islamitische heilige maand van de Ramadan.

De autoriteiten in de Hotan, Kashgar en Aksu prefecturen van Xinjiang dwongen Oeigoerse ouders om toezeggingen te doen hun kinderen niet toe te staan ​om deel te nemen aan religieuze activiteiten, die georganiseerd worden door de ballingschap Wereld Oeigoeren Congres (WUC).